De Dhamma als grondtoon

Samenvatting van een Lering door A. Dhammawiranatha

Hebt u zich wel eens afgevraagd wat u werkelijk belangrijk vindt in uw leven? Wat stelt u op de eerste plaats? En in welke situatie vindt u datgene belangrijk?
In het leven eisen vele zaken onze tijd en aandacht op: familie, relaties, werk, hobby’s, enz. Hierdoor kan het gevoel van conflict tussen verschillende belangen ontstaan. Degenen die dit lezen, kennen de Dhamma in ieder geval een bepaald belang toe, voor sommigen is de Dhamma misschien zelfs prominent in hun leven.
In feite heeft alles een bepaald belang. Als we naar de supermarkt gaan, dan is dat belangrijk. Maar zodra we bezig zijn met onze postzegelverzameling, denken we niet meer aan de supermarkt. Werk wordt helaas door veel mensen niet beperkt tot werktijd, daar wordt thuis nog wat over door gemaald. Toch is in feite het werk ook alleen dan belangrijk, wanneer u er mee bezig bent. En hetzelfde geldt voor een relatie, die op zijn beurt weer geen rol speelt op het werk of in de supermarkt. Het belang van al deze zaken is dus zeer beperkt, de omstandigheid bepaalt of iets al dan niet belangrijk is.
Dit geldt echter niet voor de Dhamma. De Dhamma is een levenswijze en dus niet te vergelijken met werk. De Dhamma is een mentale cultuur, wat niet te vergelijken is met een hobby. De Dhamma is wat voor ons als uiteindelijke norm van goed en niet goed geldt; en dat is veel belangrijker dan een relatie. De Dhamma is niet alleen relevant tijdens het mediteren. Als iemand heel intens met de Dhamma leeft, niet zweverig maar op een praktische manier, dan draagt hij de Dhamma als het ware voortdurend met zich mee. In de supermarkt, op het werk, in de bioscoop: de Dhamma is steeds binnen handbereik. De Dhamma en de toepassing ervan hebben dan steeds de belangrijkste plaats in het leven. Want elk moment hebben we goede kwaliteiten en emoties nodig om optimaal te kunnen functioneren. Elk moment hebben we zorg en aandacht, vriendelijkheid en mededogen nodig. In de ene activiteit of relatie de ene kwaliteit, in een andere een andere kwaliteit.
We kunnen dus onderscheid maken tussen de Dhamma als een grondtoon van ons leven, de basis van ons gedrag van waaruit we alles bekijken, of de Dhamma als iets wat we er af en toe even bij pakken en tussendoor wegleggen. Als iemand net de Dhamma heeft leren kennen, dan is het normaal dat hij regelmatig de Dhamma als het ware op het nachtkastje laat liggen en vergeet met zich mee te nemen. Pas bij het mediteren wordt het weer opgepakt. Maar als de Dhamma eenmaal een grondtoon geworden is, dan gaat het overal mee naar toe. Net zoals elektriciteit door het hele huis heen stroomt en verschillende apparaten in werking kan stellen, zo voedt de Dhamma dan al onze handelingen.

Nu kan het zijn dat er een discrepantie ontstaat tussen wat de Dhamma ons zegt dat we zouden moeten doen en wat een omstandigheid van ons verlangt. Werkzaamheden die niet in overeenstemming zijn met of volkomen onnuttig in het licht van de Dhamma. Op zo’n moment is het essentieel helder begrip van ons doel te hebben en goed te weten wat we uiteindelijk willen realiseren. In hoeverre geven we nu uiting aan de Dhamma en in hoeverre is dat mogelijk door de voltooiing van deze activiteit? Niet alle beroepen zijn even zinvol vanuit het perspectief van de Dhamma. Bepaalde werkzaamheden lijken in eerste instantie niet bij te dragen aan ons welzijn en geluk of dat van anderen. Desondanks kunnen we proberen de Dhamma op de een of andere manier in praktijk te brengen.
Daarvoor is het noodzakelijk werkelijke aandacht en zorg te hebben voor waar we mee bezig zijn. Dit is tegelijkertijd een van de moeilijkste dingen. Doordat we geen echte openheid hebben is het al moeilijk naar onszelf te luisteren en te ervaren wat we willen, laat staan naar anderen te luisteren. Onze geest wordt voortdurend gebombardeerd door zinnen als ‘ja, maar’, ‘ik vind’, ‘ik zal’ en ‘ik wil’. Er is een voortdurende reactie op waarnemingen, in plaats van ze slechts proberen te begrijpen. De Boeddha zegt dat een goede vriend iemand is die echt luistert en die de inzet heeft om te begrijpen wat er gezegd wordt. Dat is een kwaliteit die moeilijk te verkrijgen is, maar die vanuit de Dhamma-praktijk vrij simpel is. Het betekent openheid en verantwoordelijkheid te hebben naar de wereld om ons heen, waar vanzelf aandacht en zorg uit voortvloeit.
Als we het gevoel hebben dat we de Dhamma niet in een activiteit kunnen terugvinden, dan kunnen we dus twee dingen doen: kijken hoe we de Dhamma alsnog in die situatie kunnen toepassen of iets heel anders gaan doen, zodat we niet meer in die strijd terechtkomen tussen wat wij waardevol vinden in ons leven en wat er maatschappelijk wordt verwacht.

We moeten leren de Dhamma heel geleidelijk steeds meer te integreren. Dat wil niet zeggen dat daardoor de vreugde uit het leven weggehaald wordt. Plezier beleven is nog steeds mogelijk, maar de Dhamma is daarbij als referentiekader steeds aanwezig. Dan zullen we gaan zien dat, in tegenstelling tot wat vaak verondersteld wordt, het werken aan goede, heilzame kwaliteiten vreugdevol is. We zullen ervaren dat het niet saai is zonder verlangen, boosheid en hebzucht te zijn. Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat hij zich echt tevreden voelde. Was dat saai? Verlangen betekent niet te hebben wat we willen en dat veroorzaakt onrust en gejaagdheid. We kunnen ervaren dat alle opwinding van genieten niet leidt tot echte vrijheid. Alle ellende, alle verdriet en problemen zijn in feite saai. Op het moment dat dit wordt gezien, wordt de spirituele training stabieler. We hoeven dan nog niet direct alles op te geven, maar we gaan al wel de vreugde ervaren van iets anders. Dan moeten we een keuze maken en daar volledig achter gaan staan: ons inzetten om ons te ontplooien en dienstbaar te zijn voor een ander. Want als we dit eigenlijk wel willen maar er niet naar handelen, betekent dit dat we steeds een retourticket Nibbana kopen: we krabbelen elke keer weer terug en zijn in strijd met onszelf. We moeten proberen ons met de Dhamma vrij te maken van het geconditioneerde bestaan en een enkele reis Nibbana nemen.
We kunnen ons afvragen of sociale aspecten nog wel belangrijk zijn als we deze grondtoon hebben aangenomen en ons kompas helemaal hebben gericht op Nibbana. Tot op zekere hoogte is dit inderdaad een solistische reis. Het doel van de Dhamma-praktijk is niet meer gezelligheid te creëren: alle uitspraken van de Boeddha wijzen in de richting van vrijheid. Zolang we echter leven als mens, hebben we met andere wezens te maken. Als leek, maar eveneens als monnik of non levend in de afzondering, iedereen heeft met andere wezens te maken. Dat betekent dat een sociale houding onontbeerlijk is. We zullen ons bij tijd en wijle moeten aanpassen aan omstandigheden, open moeten staan voor onze omgeving en daar op juiste wijze op reageren zonder anderen iets op te leggen. Soms zullen we ons moeten aanpassen zonder onze eigen idealen geweld aan te doen. Een sociale houding wil zeggen dat we heel bewust moeten leven, bewust moeten zijn van ons gedrag.
Zelfs in de Orde van de Sangha, waar het individuele aspect van oefenen gericht op de Verlichting voorop staat, is de sociale factor van groot belang. In deze groep monniken en nonnen die samen ergens aan werken en voor staan, zijn zorg en aandacht onmisbaar. In deze intense interactie binnen de Sangha ligt ook het uiteindelijke doel besloten. In de wereld is er een onderlinge afhankelijkheid. De Dhamma leert een geleidelijke ontplooiing naar onafhankelijkheid ofwel naar bevrijding binnen deze afhankelijkheidsstructuur van de menselijke samenleving.
Toch zullen er altijd mensen zijn die een dergelijke levenswijze niet sociaal vinden. Dit is echter niet van belang, slechts de verantwoording die wij naar onszelf afleggen telt. De norm die wij daarbij voor onszelf als uitgangspunt nemen, is die grondtoon van waaruit leven, de Dhamma. De sociale dimensie is een onmisbare schakel in de gehele training die de Boeddha heeft geleerd en biedt ons een opening tot de uiteindelijke bevrijding van de geest door middel van inzicht, kennis en wijsheid.
Ook binnen de Orde van monniken en nonnen, de Sangha, waar de individuele oefening en het bereiken van de Verlichting op de eerste plaats staat, is de sociale factor zeer belangrijk. De aandacht en zorg die je in de Sangha behoort te hebben is heel bepalend en draagt bij aan de bevrijding van de geest door kennis en wijsheid.
Daarom is het essentieel de Dhamma als grondtoon in ons leven te hebben, van waaruit we alle handelingen verrichten.